Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen RSS Feed http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/rss/ nl-BE 40 RSS feed van het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen. Cheval Fatal: duurzame innovatie in de paardenstal Cheval Fatal is een jong bedrijf uit Nevele dat als doelstelling heeft om, op een termijn van 5 jaar, een toonaangevend bedrijf te worden op de markt voor “high end” paardenstalinrichting en uitrusting. Wij gingen praten met oprichter en zaakvoerder, ir. Ward Van de Walle.

Wat is de missie en visie achter het jonge bedrijf Cheval Fatal?

Ons bedrijf maakt stalinrichtingen en staluitrustingen voor paarden. Bij Cheval Fatal dragen we het woord duurzaamheid hoog in het vaandel: het gebruik van duurzame materialen en tegelijkertijd het streven naar een duurzame paard-eigenaar relatie waarbij het welzijn van het paard centraal staat. Om dit te bekomen is er een stalomgeving nodig die aangenaam is voor het paard, de ruiter, de veearts, de eigenaar, … en voor géén enkel van hen stress verhogend werkt.

Al onze paarden van eigen kweek, schrijven we in, in het stamboek van het Belgisch Warmbloed Paard (BWP) en we geven ze allen een Franse naam. in 2005 fokten we een prachtig veulen, een merrietje. Bloedmooi, maar met heel veel temperament. We doopten het dan ook “Femme Fatale”, wat ons inspiratie gaf voor onze bedrijfsnaam. We streven er naar met Cheval Fatal om projecten te realiseren die een meerwaarde bieden: stalgebouwen en bijgebouwen die schoonheid, temperament, duurzaamheid en innovatie bundelen tot één geheel.

Cheval Fatal voerde de voorbije jaren een innovatieproject uit dat begeleid werd door het Innovatiecentrum en gesteund werd door het IWT. Hoe werd dit aangepakt?

Cheval Fatal wil zich differentiëren ten opzichte van wat er reeds op de markt is. Zelf werden we al een paar maal geconfronteerd met paarden die een bacteriële infectie opliepen nadat ze voor een tijdje in een andere stal moesten verblijven. Telkens moesten we de dieren vervolgens een langere periode met antibiotica behandelen. Als ingenieur ga je dan nadenken of er géén mogelijkheden zijn om dit risico te verminderen. Zo kwamen we op het idee om stalwanden, eet- en drinkbakken te ontwikkelen die een antibacteriële werking hebben. Op advies van het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen werden we in contact gebracht met het Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO) en het WTCB, het onderzoekscentrum voor de bouw. Het bleef echter niet bij het in contact brengen met de juiste partners, het Innovatiecentrum zorgde ook voor een uitstekende begeleiding bij het indienen van het dossier bij IWT. De toegekende steun kwam goed van pas voor een haalbaarheidsstudie.

Kwam er uiteindelijk een positief resultaat uit het onderzoekstraject?

Ja, we slaagden erin om een concept uit te werken dat effectief werkt. We maakten proefstukken in beton waaraan titaandioxide poeder werd toegevoegd. De titaandioxide zorgt er, in combinatie met Uv-licht, voor dat de drinkbak, eetbak of stal wand continu ontsmet worden.

Cheval Fatal foto

foto: innovatieve drinkbak ontwikkelt door Cheval Fatal

In het ILVO werd een uitgebreide testreeks uitgevoerd op onder andere E. Colli en bepaalde schimmels. De resultaten zijn veelbelovend.

Heeft u deze innovatie beschermd?

Het maakte deel uit van ons innovatiestudie om na te denken over de bescherming van onze intellectuele eigendom. We bekeken een aantal opties zoals geheimhouding, maar opteerden uiteindelijk toch voor een patentaanvraag. Opnieuw deden we hiervoor beroep op het Innovatiecentrum. Zij maakten ons wegwijs in de subsidiemogelijkheden en de fiscale implicaties. Een goede beschermingsstrategie is van levensbelang. Onze ambitie is immers om de eet- en drinkbakken ook buiten België te gaan verkopen. We mikken vooral op veeartsen, dierenklinieken, professionele sportstallen en mensen met paarden aan huis.

Hoe ziet de toekomst er uit voor Cheval Fatal?

In 2010 kochten we een stuk bouwgrond in de KMO-zone “Ter Mote” te Nevele. In 2011 en 2012 zullen we daar een gebouw optrekken. Het gebouw zal een hall omvatten voor productie en magazijn, een toonzaal en bureelruimte. Het gebouw zal opgetrokken worden in de visie van Cheval Fatal: duurzaamheid en innovatie op het vlak van energievoorziening, gebruik van kwalitatieve materialen en oog voor schoonheid.
Daarnaast heeft Cheval Fatal de voorbije maanden hard gewerkt aan een nieuwe website met webshop functionaliteit. Voor de productie van de betonelementen, zullen we samenwerken met andere Vlaamse bedrijven. Zelf zullen we ons voornamelijk toeleggen op het ontwerp, de verkoop, de installatie en de dienst na verkoop.

http://www.chevalfatal.com/

]]>
Thu, 19 May 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/19/cheval-fatal-duurzame-innovatie-in-de-paardenstal/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/19/cheval-fatal-duurzame-innovatie-in-de-paardenstal/
Klantgericht innoveren. Samen zoeken naar oplossingen.

Op 7 april ging in de Handelsbeurs te Gent het jaarevenement door van het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen, met als thema “Klantgericht Innoveren – Samen zoeken naar oplossingen”. Innoverende bedrijven leveren wat de klant wil. Hiervoor moet je natuurlijk eerst de werkelijke klantenbehoeften kennen, maar hoe pak je dit aan? Twee eminente sprekers, Annita Beysen en Wim Beazar gaven op 7 april meer uitleg hierover.

Zowel in een B2B- als in een B2C-omgeving, worden klanten steeds veeleisender. Ze willen een oplossing voor een welbepaald (behoefte) probleem. De trend om een ‘solutionprovider’ te worden, is een belangrijke evolutie voor zowel productiebedrijven als dienstverleners. De uitgewerkte oplossing zit vaak in zogenaamde ‘product-dienstcombinaties’, een mix van producten en diensten die optimaal de bestaande klantbehoefte invult. Dat leidt tot een competitief voordeel tegenover de concurrentie: doordat de klantwaarde (‘customer value’) aanzienlijk verhoogt, neemt de klantentrouw toe. Bovendien laten ‘geïntegreerde oplossingen’ toe zich te differentiëren van de concurrentie en een ‘unique selling proposition - USP’ te verwerven, waardoor mogelijk een steviger marktpositie uitgebouwd kan worden. Meer info en presentaties via lees meer.

Producten of diensten die mede dankzij de input van klanten ontstaan, spelen veel beter in op echte noden dan innovaties die het bedrijf aan de markt oplegt. Innovatie is slechts succesvol als daar ook een degelijke vermarkting aan is gekoppeld. Een degelijk marktonderzoek is dus onlosmakelijk verbonden aan elke innovatie.

“80% van de bedrijven denkt dat ze beter inspelen op de behoeften van hun klanten dan de concurrentie. Slechts 8% van de klanten zijn het hiermee eens.” (Bron: Bain & Company – Closing the delivery gap - 2005)

Annita Beysen , is medeoprichtster en operational manager van U-Sentric, een start-up gespecialiseerd in het optimaliseren van user experience, waarbij de core competenties liggen in het user-centered design onderzoek en redesign: usability in de breedste zin van het woord. Niet alleen de gebruiksvriendelijkheid voor de klant, maar ook de likeability, sociability, functionality van producten en diensten worden geanalyseerd met het doel beter aan te sluiten bij de behoeften van klanten. Bekijk hier de presentatie.

Wim Beazar , heeft in het verleden het softwarehuis Compex omgevormd van een technologiegerichte aanpak naar een meer klantgerichte aanpak. Gaandeweg heeft hij ontdekt hoe de typische ingenieursmentaliteit moest plaats ruimen voor een denk- en ontwikkelingsproces dat zijn oorsprong vindt in de denkwereld van de klant. Bekijk hier de presentatie.

Het Innovatiecentrum reikt een aantal tools aan om tot meer klantgerichte innovatie te komen, zoals :
Business Modelling beschrijft de wijze waarop een organisatie waarde creëert, levert en capteert en wordt gebruikt als bron voor innovatie.
Customer Journey Map is een methodiek voor het spotten van kansen voor een betere dienstverlening door het visualiseren van het traject dat de klant doorloopt bij het ‘consumeren’ van een dienst.
Bij Service Blueprint wordt de dienst en het dienstenproces tussen klant en dienstverlener schematisch weergegeven. Dit moet toelaten om diensten te ontwikkelen die nog beter beantwoorden aan de verwachtingen van de klant.
Stakeholder Map is een methode waarbij de ruimere omgeving waarin een onderneming opereert visueel wordt voorgesteld, om kansen voor innovatie te identificeren.
Personas & Empathy Map zijn gedetailleerde beschrijvingen van fictieve klanten waarbij o.a. de noden en het gedrag van de gebruiker worden omschreven.

Het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen is gefinancierd door het Agentschap voor innovatie door Wetenschap en Technologie of kortweg IWT. Het ondersteunen van innovatie is de missie van het Innovatiecentrum. Naast dienstverlening op vlak van subsidies, financiering, intellectuele eigendom, kennisoverdracht en partnermatching, biedt het innovatiecentrum ook een aantal tools aan, zoals o.a. de innovatieaudit en bovenvermelde tools.

Voor meer informatie over deze tools of de dienstverlening van het Innovatiecentrum verwijzen we naar de website: www.innovatiecentrum.be.

]]>
Wed, 11 May 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/11/klantgericht-innoveren-samen-zoeken-naar-oplossingen-/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/11/klantgericht-innoveren-samen-zoeken-naar-oplossingen-/
Adifo: Slimme software voor de veevoeder- en voedingssector Adifo:  Slimme software voor de veevoeder- en voedingssector

Adifo

Het bedrijf Adifo NV uit Maldegem, opgericht in 1974, is een gevestigde waarde in de markt van de automatiseringssoftware voor de voedings- en voederindustrie. Met een 70-tal werknemers is Adifo uitgegroeid tot een internationale speler met de ambitie om verder te groeien door te innoveren. Onder leiding van R&D manager Reinhart De Lille ontwikkelt men de volgende generatie toepassingen.

Een van de trends waar Adifo op inspeelt is duurzaam ondernemen in de landbouw, met oplossingen om de mestproductie terug te dringen en het grondstofverbruik te minimaliseren en dit aan de laagste kostprijs per recept. Nu wil men verder gaan door ook de ecologische impact van de grondstoffen, de productie en het gebruik van het voeder in rekening te brengen.

Het is niet vanzelfsprekend om de mathematische modellen die hiervoor nodig zijn te ontwikkelen en te vertalen naar gebruiksvriendelijke software. Daarom heeft Adifo, onder begeleiding van het Innovatiecentrum, steun gezocht bij het IWT. Dankzij deze steun zal het bedrijf ook beroep kunnen doen op externe expertise om de slaagkans van het project te verhogen.

]]>
Wed, 11 May 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/11/adifo-slimme-software-voor-de-veevoeder--en-voedingssector/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/05/11/adifo-slimme-software-voor-de-veevoeder--en-voedingssector/
ALPHA REEL - Trendsetter in oprolsystemen voor de autoassemblage Autoassemblagebedrijven worstelen al jaren met problemen rond persluchtslangen die tijdens productie op de grond liggen en zo tot struikelongevallen leiden. De vraag naar een degelijke oplossing, welke rekening houdt met bedrijfszekerheid, veiligheid en ergonomie, werd voorgelegd aan ALPHA REEL bvba en resulteerde in een nieuwe technologische innovatie binnen het segment van de industriële oprolsystemen.

alpha reel

De voorbije jaren heeft het bedrijf heel wat technische know-how opgedaan wat betreft industriële oprolsystemen voor slangen en elektrische kabels en wist het een prominente plaats op de markt te veroveren. Een bijkomende troef is zijn sterke klantgerichtheid. Niet het oprolsysteem, maar het specifiek probleem van een klant vormt het uitgangspunt voor het formuleren van een oplossing. Het selecteren van de meest geschikte haspel is immers minder vanzelfsprekend als men meestal denkt. Afhankelijk van de toepassing moeten diverse factoren in overweging worden genomen: druk, temperatuur, gebruiksfrequentie, buigradius, slangcapaciteit, producteigenschappen, inbouwbeperkingen, …. Dankzij een vakkundige analyse beantwoordt ALPHA REEL optimaal aan de behoefte van de klant.

Rekening houdend met de technische en ergonomische tekortkomingen van de bestaande oprolsystemen, vatte men het plan op om een eigen haspel te ontwikkelen, volledig geënt op de specifieke vereisten van de Westerse autoassemblagebedrijven. De EZ-2-REEL was geboren, een geautomatiseerd oprolsysteem dat geen bijkomende handeling of inspanning van de gebruiker vergt! Het onderzoeksproject bevatte een aantal interessante technische uitdagingen die het bedrijf in samenspraak met het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen ertoe deden besluiten om een haalbaarheidsstudie bij het IWT in te dienen. Na een vlekkeloos parcours ontving het bedrijf een positieve evaluatie. De succesvolle afronding van deze studie vormde meteen de aanzet tot het indienen van een innovatieproject. Voor de uitwerking van het prototype kan het bedrijf opnieuw rekenen op een financiële tussenkomst vanuit het IWT.

De band met het Innovatiecentrum werd nog verder aangehaald. Zo nam men deel aan onze halfjaarlijkse Espacenet-opleiding. Het doel van deze interactieve workshop bestaat erin de deelnemers gericht te leren zoeken in deze gratis online databank van het Europees octrooibureau. Deze deelname onderstreepte het belang dat ALPHA REEL hecht aan de bescherming van zijn Intellectuele Eigendom. Concreet vertaalde dit zich in het indienen van een Belgisch octrooi, gevolgd door een geografische uitbreiding naar Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.

]]>
Mon, 14 Mar 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/alpha-reel---trendsetter-in-oprolsystemen-voor-de-autoassemblage/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/alpha-reel---trendsetter-in-oprolsystemen-voor-de-autoassemblage/
SampleSumo laat computers muziek begrijpen SampleSumo

Het Gentse ondernemersduo Koen Tanghe en Bram de Jong hebben een passie voor muziek en computers. In hun start up bedrijf SampleSumo werken ze aan software die een computer toelaat om muziek te begrijpen. Ze geven zichzelf twee jaar om academische onderzoeksresultaten om te zetten in innovatieve commerciële producten. De financiering gebeurt door eigen consultancy inkomsten, een subsidie van het IWT en een lening bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV).

Waar werken jullie aan?

Koen Tanghe: “We ontwikkelen software die de computer toelaat om muziek te begrijpen en intelligent om te gaan met geluid. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan een computer die het ritme van de muzikant volgt, computer games waarin spelelementen aangestuurd worden door muziek, educatieve software voor muziekonderwijs... Dingen die tot voor kort enkel door mensen konden worden gedaan, maar waarvan we overtuigd zijn dat nu reeds de nodige wetenschappelijke en technologische basis gelegd is om het door een computer te laten doen. Op langere termijn weten we dat de technologiecomponenten die we hiervoor ontwikkelen ook inzetbaar zullen zijn in andere, meer industriële markten.”

 Wat is jullie ervaring als startend ondernemer?

Bram de Jong: “We komen allebei uit een academische R&D achtergrond en ontwikkelden samen succesvolle muzieksoftware programma’s. We zetten de stap naar het ondernemerschap door als consultant onze expertise te verzilveren. Vanaf het begin hadden we de ambitie om ook eigen producten te ontwikkelen, maar we merkten al snel dat deze ambitie moeilijk te combineren was met ons consultancy werk. De inkomsten die we daaruit haalden lieten ons niet toe om echt te kunnen investeren in productontwikkeling. Zonder een substantiële externe kapitaalinjectie zouden we onze plannen nooit kunnen waarmaken.”

Hoe hebben jullie de stap van consultant naar productontwikkelaar voorbereid?

Koen Tanghe: “De eerste stap bestond erin eens goed na te gaan welke noden er leven bij onze doelgroepen en welke technologische oplossingen we hiervoor kunnen aanbieden. Een goed beargumenteerd business plan is vervolgens nodig om eerst jezelf, en daarna anderen te overtuigen van je project. Initiatieven zoals Bryo (Voka) en de Vlerick Innovatiemanagement workshops (Innovatiecentrum) zijn hierbij heel nuttig gebleken. Je leert hier een eerste businessplan opstellen dat je onmiddellijk kan aftoetsen bij collega ondernemers en onafhankelijke experts.”

Waar hebben jullie het nodige geld gevonden om jullie project uit te voeren?

Bram de Jong: “We zochten een investering om academische onderzoeksresultaten om te zetten in marktrijpe producten, iets waar de klassieke investeerders doorgaans niet echt happig op zijn. Gelukkig konden we hiervoor terecht bij het IWT en de Participatie Maatschappij Vlaanderen. Hun taak bestaat er net in om het risico, gekoppeld aan de ontwikkeling van innovatieve producten, te delen met de ondernemer. Voor een startend bedrijf is het bovendien zeer interessant dat kan je rekenen op het Innovatiecentrum voor deskundige begeleiding tijdens de hele aanvraagprocedure.”

Kan je een idee geven van de grootte van de investering?

Koen Tanghe: “De combinatie van onze eigen consultancy inkomsten, de subsidie van het IWT en een achtergestelde lening van de PMV maakt het mogelijk om de ontwikkelingskosten voor zo’n 5-tal manjaar te dekken. Als bijkomend voordeel hebben we daarna voorlopig nog altijd de touwtjes van ons bedrijf in handen. Zo staan we sterk als we in een volgende fase naar angel investors toestappen om extra middelen en advies te verzamelen voor het in de markt zetten van onze eerste producten.”

]]>
Mon, 14 Mar 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/samplesumo-laat-computers-muziek-begrijpen/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/samplesumo-laat-computers-muziek-begrijpen/
Outerthought krijgt Vlaamse innovatiesteun voor content management zonder grenzen

Het Gentse softwarebedrijf Outerthought werkt aan de volgende generatie van data opslagsystemen die vrijwel onbeperkt kunnen groeien. Mede dankzij een samenwerking met het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen en IBBT-MMLab-UGent krijgt de onderzoeksactiviteit die hiervoor nodig is een aanzienlijke boost van het Vlaams agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT).

outerthought logo

Outerthought werd opgericht door Steven Noels en Marc Portier, en is sinds 6 jaar de producent van het succesvolle open source content management systeem 'Daisy'. Dit CMS pakket wordt door tal van lokale en internationale organisaties gebruikt voor kennis-, website- en documentbeheer. Het succesverhaal van Daisy krijgt nu een vervolg in een onderzoeksproject rond schaalbare en doorzoekbare opslag via NOSQL technologie, waarmee Outerthought wereldwijd bij de eersten van de klas komt.

"We willen onze onderzoeksinspanningen institutionaliseren," verklaart Steven Noels, "en binnen onze kleine organisatie een vaste onderzoekscel oprichten waardoor onze competenties ook voor de buitenwereld beter in de verf gezet worden. Dat de overheid ons hier in wil steunen, maakt het voor ons als KMO mogelijk om dit met de juiste snelheid en daadkracht te doen."

NOSQL is een evolutie van dataopslag voor internet-schaal systemen, en ligt aan de basis van de opslag- en zoekinfrastructuur bij Google, Facebook en Amazon. Met het nieuwe product 'Lily' gaat Outerthought voluit voor de NOSQL aanpak. Door een slimme integratie met gesofisticeerde index- en zoektechnologie wordt Lily de eerste content repository die geen grenzen kent, en waar de vertrouwde interactiviteit en doorzoekbaarheid van webtoepassingen gecombineerd wordt met de groeicapaciteit van enterprise storage en archiveringssystemen.

"Dankzij Lily overstijgen we de tar pit van Web CMS systemen," zegt Steven Noels, "en blijven we focussen op onze sterktes: die van top-technologen en bouwers van robuuste infrastructuur-software. De lat voor Lily ligt hoog, maar onze ervaring spreekt voor ons, en was ook de grondslag van een positieve IWT evaluatie."

outerthought foto team

Outerthought heeft reeds vele jaren ervaring met open source software development, en ook deze succesvolle steunaanvraag was een kwestie van teamwork. De originele concepten van het onderzoek zullen gevalideerd worden door de experten van UGent MMLab ten opzichte van hun kennis rond de "state of the art" inzake (meta)data modellering. Het Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen - in de figuur van Peter Rutten - hielp Outerthought op weg met de administratieve kant van de aanvraag.

"De diepgaande ervaring van Peter als senior researcher in spraak- en taaltechnologie kwam zeker van pas om onze case zo helder mogelijk op te stellen: Peter wou feiten en cijfers van ons die onze visie tot een realiseerbaar doel herleidden."

De eerste resultaten van het onderzoek rond Lily worden al tegen de zomer verwacht, en Outerthought is dan ook nu al op zoek naar partners voor commercialisatie en exploitatie

]]>
Mon, 14 Mar 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/outerthought-krijgt-vlaamse-innovatiesteun-voor-content-management-zonder-grenzen/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/outerthought-krijgt-vlaamse-innovatiesteun-voor-content-management-zonder-grenzen/
Met 'Gimm-e' onderzoekt KickTease een nieuwe vorm van webcommunicatie Het reclamebureau KickTease heeft de innovatiemicrobe goed te pakken. Omdat klassieke communicatiekanalen steeds minder rendement opleveren experimenteert het bedrijf uit Melsele met nieuwe manieren om een doelpubliek te benaderen. Hierbij gaat men ervan uit dat mensen liefst zelf kiezen welke informatie ze toegespeeld krijgen, en onder welke voorwaarden dit gebeurt. Dit wordt kort maar krachtig uitgedrukt in de naam van het product dat KickTease hiervoor ontwikkelt: “Gimm-e”. Om de haalbaarheid van dit concept proefondervindelijk te onderzoeken mag KickTease op de steun van het IWT rekenen.

kicktease team

Iets meer dan een jaar geleden (eind 2008) vroeg Jo De Maeyer, zaakvoerder van KickTease, een voorbespreking aan bij het IWT. Het bedrijf had heel wat geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van “ShopUp”, een gericht reclamekanaal tussen winkels in het Waasland Shopping Center en hun klanten. De eerste feedback van de klanten was zeer positief, maar het bleek moeilijk om de winkeliers (of ketens) te overtuigen om in het project te investeren. Daarom zocht men bij het IWT naar mogelijkheden om de ontwikkeling van “ShopUp” verder te zetten.

Jo De Maeyer: “Het is niet gemakkelijk om op voorhand in te schatten of je project in aanmerking komt voor overheidssteun. Een verkennend gesprek met een innovatieadviseur is daarom een echte aanrader.”

Spijtig genoeg kwam KickTease met “ShopUp” te laat naar het IWT, het product was in feite klaar en moest enkel vermarkt worden - hiervoor kan het IWT geen subsidies verlenen. Maar voor de opvolger van “ShopUp” werden de ambities vergroot, en dacht men aan een on-line platform voor een anoniem sociaal netwerk waarmee organisaties met hun achterban kunnen communiceren. Om de lancering van het “Gimm-e” platform op een doordachte manier voor te bereiden werd een aanvraag tot haalbaarheidsstudie ingediend, die eind 2009 werd goedgekeurd.

Jo De Maeyer: “Met Gimm-e kunnen organisaties commerciële communicatie voeren over het internet, en krijgen de consumenten controle over de boodschappen die ze wel of niet wensen te ontvangen.”

Op de Gimm-e website kunnen organisaties hun eigen “kanalen” aanmaken waarop ze multimediale berichten kunnen plaatsen. Een eigen infrastructuur (databanken, website) is dus niet nodig. De bezoeker van de website krijgt een overzicht van alle kanalen, en kan een keuze maken uit de kanalen die hem of haar interesseren. Enkel wanneer de bezoeker actief wil communiceren met andere bezoekers of met de organisaties is een registratie nodig – maar zelfs dan worden persoonlijke gegevens niet opgevraagd.

gimme logo

De studie moet op proefondervindelijke wijze de haalbaarheid van deze vernieuwende vorm van webcommunicatie aantonen. Concreet bevat het project 3 stappen:

• de ontwikkeling van kernfunctionaliteit en user-interface voor een pilootstudie met 2 organisaties en enkele honderden gebruikers,
• de toevoeging van interactiviteit en koppeling met sociale netwerken, het onderzoek van virale effecten,
• de studie en uitwerking van een inkomstenmodel, en onderzoek naar mogelijkheden tot samenwerking met partners.

Om de eerste experimentele versie van Gimm-e in actie te zien kan u alvast een kijkje nemen op www.gimm-e.com.

]]>
Mon, 14 Mar 2011 00:00:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/met-gimm-e-onderzoekt-kicktease-een-nieuwe-vorm-van-webcommunicatie/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2011/03/14/met-gimm-e-onderzoekt-kicktease-een-nieuwe-vorm-van-webcommunicatie/
IWT studie "Innoveren met diensten biedt kansen" IWT studie: "Innoveren met diensten biedt kansen "

iwt studie tud beeldje  

Klik op de afbeelding om de volledige studie te lezen.

Wat mag u verwachten?

  • Praktische kijk op wat diensteninnovatie nu concreet is
  • Inzichten waarom diensteninnovatie voor elke onderneming belangrijk is
  • Talrijke Vlaamse bedrijfscases en diverse expertinterviews

Ook voor u!

Met de IWT-studie richten we ons tot alle Vlaamse productie- of dienstverlenende ondernemers en eenieder die begaan is met innovatie en competitiviteit in het algemeen.

Veel leesplezier!

 ________________________________________

 * De IWT-studie is tot stand gekomen binnen de regionale Innovatiecentra in kader van het project 'Tot uw Diensten'

logo efro kleur            logo efro eu kleur

]]>
Thu, 16 Sep 2010 15:46:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2010/09/16/iwt-studie-innoveren-met-diensten-biedt-kansen/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2010/09/16/iwt-studie-innoveren-met-diensten-biedt-kansen/
3 jaar succesvolle innovatie begeleiding van kmo’s door de Innovatiecentra Sinds 2007 is er in elke provincie een Innovatiecentrum. Samen hebben de 5 Vlaamse Innovatiecentra de economische vernieuwing in Vlaanderen versterkt en een grote groep kmo’s overtuigd om extra innovatie-inspanningen te verrichten. Dit blijkt uit een evaluatierapport.

Op vraag van de Vlaamse regering werden vijf Innovatiecentra, één in elke provincie, in het leven geroepen om een grote groep bedrijven te stimuleren nieuwe producten en diensten op de markt te brengen.

Hierbij spelen de Innovatiecentra sterk in op het feit dat de groei van onze welvaart en ons welzijn afhangt van de mate waarin de bedrijven in staat zijn om nieuwe technologieën en nieuwe businessmodellen toe te passen. Niet alleen de internationale ondernemingen en de hightech sectoren, maar de volledige Vlaamse economie, inclusief de kmo’s, spelen hierin een belangrijke rol.

De Innovatiecentra zijn voor bedrijven een klankbord wat betreft innovatie. Zij ondersteunen de zoektocht van bedrijven naar kennis, partners en de financiering voor innovatieve ideeën en projecten. Bovendien begeleiden de innovatieadviseurs mee het creatief denkproces in een bedrijf en geven zij professioneel advies over de aanpak van het innovatiemanagement. Tenslotte wordt veel aandacht gegeven aan het integreren van innovatie in het strategisch denken van het bedrijf.

De Innovatiecentra worden gefinancierd door en werken nauw samen met het IWT (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie). Daarnaast is er ook een nauwe samenwerking met de grote werkgeversorganisaties, beroepsfederaties, kennisinstellingen en met het Agentschap Ondernemen. Daarnaast bestaan de 5 raden van bestuur van de Innovatiecentra voor de helft uit bedrijfsleiders van kmo’s. Deze leden bewaken de nauwe aansluiting van de Innovatiecentra bij de leefwereld van de kmo’s.

Uit het eerste publieke evaluatierapport (januari 2007 - juni 2009, gepubliceerd in januari 2010) blijkt dat hun werking een succes is. De voorbije 30 maanden hebben de 5 Innovatiecentra samen meer dan 5.687 gesprekken gevoerd met bedrijven en onderzoeksinstellingen, op vraag van de betrokkenen zelf. Er werden contacten gelegd met 4.774 verschillende organisaties en 306 seminaries werden georganiseerd of ondersteund. Hieruit vloeiden 1.154 formele adviezen/audits en de grondige bespreking van 723 concrete innovatieplannen bij de betrokkenen, waarvan 296 plannen leidden tot een specifieke vraag voor financiële ondersteuning bij het IWT. De Innovatiecentra begeleidden aldus één derde van alle IWT subsidieaanvragen voor kmo’s. Vaak betrof het een eerste IWT subsidieaanvraag van een bedrijf.

Eén van de kerntaken van de Innovatiecentra is het doorverwijzen van kmo’s naar onderzoekscentra, kennisinstellingen, universiteiten en hogescholen in het Vlaams Innovatienetwerk (VIN). In de afgelopen 30 maanden begeleidden de Innovatiecentra 820 partner matches. Deze leidden vaak tot belangrijke samenwerking tussen de betrokken bedrijven en onderzoekers. Hierdoor stromen de onderzoeksresultaten uit de academische wereld ook effectief door naar bedrijfstoepassingen.

De resultaten na drie jaar hard werken tonen aan dat de doelstellingen gehaald worden. Toch blijft nog een massa werk te verrichten: Vlaanderen hoort vandaag nog niet tot de topregio’s van de nieuwe economie, maar we zijn er wel naar op weg.

Meer info:

• Zie uitgebreid rapport “Evaluatie van de Innovatiecentra in Vlaanderen” voor tabellen, grafieken en voorbeelden van bedrijfsprojecten: http://www.innovatiecentrum.be/assets/261/Evaluatie_Innovatiecentra_jan_2007_-_juni_2009_.pdf

• Contactpersoon Bas Sturm, manager Innovatiecentrum Vlaams-Brabant tel 016/311.058, gsm 0476/936.898, bas.sturm@innovatiecentrum.be

• Contactpersoon François Stassijns, IWT, coördinator van de innovatiecentra, tel 02/209.0950, gsm 0485/415.196, fs@iwt.be

]]>
Wed, 17 Feb 2010 13:37:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2010/02/17/3-jaar-succesvolle-innovatie-begeleiding-van-kmos-door-de-innovatiecentra/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2010/02/17/3-jaar-succesvolle-innovatie-begeleiding-van-kmos-door-de-innovatiecentra/
Stadbrouwerij 'Gruut' te Gent Gruut is een stadsbrouwerij en brasserie in het centrum van Gent aan de Huidevettershoek. De geschiedkundige authenticiteit wordt behouden door het bierbrouwen zoveel mogelijk te baseren op de middeleeuwse receptuur. Moderne brouwerijtechnologieën en inzichten worden echter wel toegepast. Daarnaast bezit het gebouw ook een historische karakter.

In de middeleeuwen werden typische kruidenmengsels (“gruyt”) toegevoegd om het bier te aromatiseren en een scherpere, bittere smaak te geven. Gruyt was een mengeling van gedroogde planten (o.a. gagel, wilde rosmarijn, dennenhars, duizendblad, laurier, gember, koriander). Pas in de loop der jaren, mede om de accijnzen te onlopen op het gruyt, werd hop gebruikt als basis voor de bierbereiding.

Gruut wil terugkeren naar de originele basis voor bier. Daarvoor vroeg het bedrijf in 2008 steun aan via een KMO-Innovatiestudie in samenwerking met CBOK KaHo St.-Lieven. Doelstelling was de technisch haalbaarheid na te gaan van de productie van bier met sensoriele evaluatie van kruidenmengsel als mogelijk substituut voor hop bij de bierbereiding.

Deze studie werd ondertussen succesvol afgesloten. Daarnaast is ook een onderzoek gestart voor het aanwenden van draf, een nevenproduct van bier, voor het bakken van brood. Doelstelling is om naast bier ook brood te produceren en te verkopen.

]]>
Thu, 10 Sep 2009 15:52:00 GMT http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2009/09/10/stadbrouwerij-gruut-te-gent/ http://oost-vlaanderen.innovatiecentrum.be/nieuws/recent/2009/09/10/stadbrouwerij-gruut-te-gent/